Mountainbiken Van brede paden met een lichte stijging, tot smalle “single tracks” met diepe afgronden. Afhankelijk van het niveau van de route wordt een beroep gedaan op je balans, behendigheid en je lef.

Fietsseizoen
Zodra de sneeuw gesmolten is in het voorjaar begint het mountainbikeseizoen, dat eigenlijk doorloopt tot het najaar. Hartje zomer kan het in de dalen soms erg warm zijn, maar zodra je omhoog fietst daalt de temperatuur vrij snel een paar graden en is het een stuk aangenamer.

De mountainbike
Mountainbikes zijn er in vele soorten, maten, gewichten en prijsklassen. Een mountainbike is standaard voorzien van brede banden met flinke noppen voor de hoognodige grip. Daarnaast heeft een mountainbike minimaal 21 versnellingen, zodat je iedere hellingshoek kan overbruggen. Een zogenaamde “hardtail” heeft vering in de voorvork, waardoor de schokken worden opgevangen. Een “fully” heeft ook vering aan de achterkant van de fiets waardoor het afdalen nog comfortabeler wordt.

Mountainbiken


Helm en overige uitrusting
‘A brain bucket’ (een emmer voor de hersenen) wordt de fietshelm in het Engelse mountainbikejargon ook wel genoemd. Het is één van de belangrijkste voorzorgsmaatregelen die je treft als je gaat fietsen in de bergen. Om het zweet zo goed mogelijk af te voeren, is het aan te raden speciale fietskleding te dragen. Naast een fietsbroek voorzien van een zemen kruis (tegen zadelpijn), is vochtregulerende bovenkleding met een ademende laag prettig. Een rugzak of een camelbag (=rugzak waarin een waterzak verwerkt zit) is onmisbaar wanneer je langere tochten maakt. Zo kan je water, eten en extra kleding meenemen.

Techniek: balans
Een goede balans is erg belangrijk bij het mountainbiken, zowel voor het klimmen als het dalen. Oefen je balans door te proberen stil te staan, met je voeten op je pedalen. Let er hierbij op dat je ontspannen op je fiets zit.

Klimmen Klimmen
Klim in een lage versnelling zodat je rustig “rondjes draait” met je pedalen en je balans kan houden. Probeer in een voor jou prettig tempo te komen en houdt dit tempo vol. Schakel naar een hogere- of lagere versnelling, indien je te “zwaar” of te “licht” trapt. Onthoud daarbij; liever in een te lage versnelling, dan in een te hoge versnelling. Fietsen in een te hoge versnelling kost veel energie en houd je over het algemeen niet lang vol. Buig bij een steile helling goed je armen en leun naar voren.

Afdalen
Bij het afdalen strek je je armen en benen en hang je als het ware achter je zadel, waardoor je niet voorover kan vallen. Gebruik altijd beide remmen (dus nooit alleen de voorrem!) bij het afdalen en rem nooit ineens te hard, maar probeer “pompend” (=steeds je remmen een beetje inknijpen) te remmen. Pas op dat je niet te snel afdaalt, maar ook zeker niet te langzaam, want dan verlies je je balans en kan je vallen.