De Schanfigger Höhenweg is een meerdaagse lange afstand bergwandeling in het kanton Graubünden in Zwitserland. De wandeling is ingedeeld in 6 etappes van elk zo’n 15 km en 600 hoogtemeters per dag en gaat door het Schanfigg, een regio waar in de 14e eeuw door migranten uit Wallis, de Walser, hoog in de bergen nederzettingen zijn gebouwd. Tijdens de tocht wandel je door hun historie. Het start- en eindpunt van de route is in Chur. Benieuwd naar de Schanfigger Höhenweg? Deze blog volgt de globale route van een 4-daagse huttentocht die ik langs de Schanfigger Höhenweg maakte. Het is mijn persoonlijke wandelverhaal, over de ervaringen die ik tijdens de tocht opdeed.
Waarom een huttentocht?
Mijn eerste huttentocht maakte ik als 17-jarige en sindsdien heb ik ‘wanderlust’. Daarom loop ik graag lange afstand wandelpaden. Met m’n rugzak om op pad, genieten van de frisse lucht en het uitzicht. In Nederland, maar ook graag in de bergen! Als ik aan het einde van een wandeldag 'op de berg' kan blijven overnachten, maakt dat een wandelervaring voor mij helemaal bijzonder.
Schanfigger Höhenweg: mooie trajecten, historische dorpjes
Toen zich de gelegenheid voordeed om mee te gaan met een groepshuttentocht op de Schanfigger Höhenweg in het Zwitserse kanton Graubünden, besloot ik om van die kans gebruik te maken. De regio waardoor deze tocht zou gaan biedt mooie trajecten, die qua afstand en hoogtemeters te doen moesten zijn met mijn lange afstand wandeltraining in Nederland. De fraaie dorpjes op de route hebben bijzondere historie. Daar wilde ik graag meer over weten.
Schanfigger Höhenweg – 6 etappes | |
|---|---|
| Duur | 27 uur, 45 minuten |
| Hoogtemeters | 3727 meter klimmen, 3727 meter dalen |
| Afstand | 80,3 km |
| Ondergrond | bergpaden, bos/graspaden, onverharde weg, asfalt |
| Niveau | zwaar |
| Conditie | |
| Techniek | |
| Uitzichten | |
Met de trein naar Zwitserland
Op een vroege augustusochtend bracht de internationale trein me naar Chur, waar ik overstapte op de klassieke rode wagons van de Rhätische Bahn, de misschien wel beroemdste treinmaatschappij van Zwitserland. Slingerend over het spoor door het Schanfigg-dal bracht de trein me naar Arosa, waar de huttentocht zou beginnen. Ik ontmoet er de andere wandelaars en tijdens een heerlijk verrassingsdiner in restaurant Aifach Arosa maken we een beetje kennis met elkaar. Onder tafel ligt hond Bodhi, die ook meegaat tijdens de tocht. Rond 20.30 uur ben ik in mijn hotelkamer in het moderne AVES hotel in het centrum van Arosa. Ik sta letterlijk te tollen op mijn benen. Is het de vermoeidheid van de reis hiernaartoe of de overgang binnen 12 uren van onder zeeniveau naar 1739 meter hoogte?
Dag 1 – Loskomen van het dal
- Route: Medergen – Schwifurgga - Felsentreppe Tritt – Chüpfer Alp – Sapün
- Duur: 5 uur
- Lengte: 12,75 km
- 900 m klimmen, 1068 m afdalen
Na een goede nachtrust zitten we om half acht met z’n allen aan het ontbijt. De rugzakken staan al ingepakt klaar. We krijgen een lunchpakket mee, maken kennis met onze berggids Katharina en stappen dan in een busje dat ons al slingerend omhoog door de serpentines naar ons startpunt zal brengen: de Walser nederzetting Medergen op 1986 meter hoogte. Tussen de prachtige houten huizen wijst Katharina op de kaart onze route aan.
Ritme vinden: ademhaling, looptempo, stilte
Vol goede moed en in wandeltempo gaan we op pad. De lange klim die vrijwel direct start, maakt dat de groep al snel een beetje uitgerekt raakt. We lopen door T2 landschap, een beetje desolaat met rotsachtige stukken en de eerste uren gaat het gestaag omhoog. Hier en daar is het pad door de regen van afgelopen tijd weggeslagen. Ik moet regelmatig even stilstaan om op adem te komen en ik ben niet de enige. Maar de gids heeft alles in het oog en helpt daar waar nodig, zodat we na een klim van ruim 800 meter met z’n allen de Schwifurgga pas op 2520 meter bereiken.
In de voetstappen van de Walser
Boven op de pas houden we pauze en eten onze broodjes uit het lunchpakket. Omdat het hier flink waait en we daardoor afkoelen, gaan we in de kleine, onbemande Chörbschorahütte zitten. Zo moet het bestaan van de Walser, die zich in de 14e eeuw vanuit Wallis in wat nu Graubünden is vestigden, ook ongeveer geweest zijn. Alleen trokken zij met hun vee de berg op en bewaakten ze de bergpassen tegen roofridders en andere plunderaars.
Felsentreppe Tritt: niet voor wie hoogtevrees heeft
Na de lunch klimmen we nog een klein stukje naar de top van de Chörbshora (2650 meter), waarna we gestaag afdalen tot de Felsentreppe Tritt. Het is onduidelijk wie deze trap in de bergwand oorspronkelijk heeft aangelegd. Misschien waren ook dat de Walsers, die erom bekend stonden echte ambachtslieden en harde werkers te zijn. Feit is dat de trap 200 traptredes heeft, die we af moeten. Geen aanrader voor wie hoogtevrees heeft, want de trap is steil en de tredes smal. We doen dus heel rustig aan. Na de trap hebben we nog een korte tussenstop en daarna dalen we nog zo’n 45 minuten ontspannen af over de Chüpfer Alp naar de hut, Berggasthaus Heimeli (op 1800 meter) in het zijdal Sapün.
Avondgevoel in de hut
Wat een feest als we bij Berggasthaus Heimeli met open armen en een tafel boordevol heerlijks worden ontvangen! De bergschoenen gaan uit, de crocs gaan aan (service van het huis) en zittend in de zon komen we bij van onze eerste wandeldag. Een paar uit onze groep nemen een dip in de hotpot in de tuin. Dan maken we onze bedjes op, naar keuze in het hooi in de oude stal, of in de kamers van de Maiensass, het kleine huisje dat we tot onze beschikking hebben. Er wacht ons een heerlijk Alpen-gourmetdiner in de berghut, met o.a. ‘Capuns’, een lokale specialiteit van gevulde snijbietrolletjes in roomsaus. Tijdens het diner verhaalt onze gastvrouw Gabriëlla over de lange geschiedenis van Heimeli. Moe en voldaan zoeken we na het eten onze slaapzakken op voor wat welverdiende nachtrust
Dag 1: Medergen - Sapün
Dag 2 – Lange dag over de Höhenweg
- Route: Sapün – Strelapass – Wasserscheid – Parsennfurgga – Casannapass - Grünsee Durannapass – Strassberg
- Duur: 4:40 uur
- Afstand: 13,2 km
- 842 m klimmen, 754 m afdalen
Als ik om 6.30 uur wakker wordt, is de zon net over de bergtoppen gekomen. Het belooft een mooie dag te worden. Ik geef mijn benen en voeten even wat extra verzorging en schuif dan aan bij het ontbijt. Ik zie er een beetje tegenop om weer zo’n zware wandeldag als gisteren te ervaren. Ga ik het wel redden?
Klimmen en dalen
Rond 8.30 uur vertrekken we, na een uitgebreid ontbijt en lunchpakketjes voor onderweg. Ook nu laat Katharina ons de route zien: net als gisteren hebben we eerst een pas te overbruggen. Vanaf Heimeli gaat het dus direct bergop. De klim is minder steil dan gisteren en voor iedereen goed te doen. Ik heb niet super goed geslapen, maar aan de hoogte en de ijlere lucht ben ik blijkbaar al gewend, wat maakt dat ik soepel loop. Na 2 uren bergop zijn we al bij de Strelapass (2348m), waar we bij Restaurant Schatzberg een tussenstop maken. We bestellen een drankje en kijken, als het wolkendek even openbreekt, uit richting Davos. Vanaf hier gaat het redelijk gemoedelijk bergaf richting Wasserscheid.
Steeds wisselend landschap
Eerst lopen we over de Felsensteig, een pad vol gesteente langs een steile bergwand, dat we compleet in de wolken doorkruizen, zonder omlaag te kunnen kijken. Daarna een stuk over een bergwandelpad richting het bergstation van skigebied Parsenn op de Parsennfurgga (2364m), waar we een stukje door heel rotsachtig landschap gaan. Na de pas doorkruizen we het skigebied en lopen via een slingerend wandelpad naar de Casannapass (2232m). Daarna gaat het naar de Grünsee (2282m) waar we lunchpauze houden en kijken naar de eenden die op het meer dobberen. Vanaf de Grünsee is het vervolg een gemoedelijke, steeds dalende wandelroute door hoogveen met hier en daar een hutje, tot we in Strassberg in de Fondei aankomen.
Strassberg: hoe het leven vroeger moet zijn geweest
Bij het binnenlopen in Strassberg (1918m) kijk ik mijn ogen uit. Prachtige oude Walser-boerderijen met houtsnijwerk, bloembakken met bloeiende geraniums en Edelweiss, frisgroene weides. Een dorp uit een plaatjesboek! Aan het einde ervan ligt ons Gasthaus. Als de kamers zijn ingedeeld krijgen we van onze gastvrouw een rondleiding door het dorp en de oude kaasmakerij. Ze vertelt over hoe hier in het dorp kaas werd gemaakt en hoe men op deze hoogte zelfvoorzienend kon zijn. Nu is het dorp alleen nog in de zomermaanden bewoond, en dan vooral door zomergasten. De meeste huizen hebben geen stromend water en in de winter is de weg hierheen vrijwel onbegaanbaar.
Slapen in een stapelbed
In de Fondei, het dal waarin Strassberg ligt, zijn slechts twee Gasthäuser waarin je kunt overnachten. Wij slapen in Berggasthaus Strassberg, een echte berghut met 2 douches en 2 WC’s voor alle gasten. Ik deel samen met drie andere dames uit de groep een kamer en kies het stapelbed. ’s Avonds kunnen we beneden in het restaurant uit diverse huisgemaakte gerechten kiezen. Ik kan na onze lange wandeldag wel wat koolhydraten gebruiken en kies de verse pasta met een salade. Het smaakt prima en gaat schoon op. Terwijl anderen na het eten nog een dipje in de hotpot nemen klim ik het trapje naar mijn bed op voor wat welverdiende slaap.
Dag 2: Sapün - Strassberg
Dag 3 - Hoog boven het Schanfigg
- Route: Strassberg – Mattjisch Horn – Hochwang
- Duur: 3:50 uur
- Afstand: 10,5 km
- 684 m klimmen, 659 m afdalen
Als ik om 6.45 uur wakker word schijnt de zon net op de bergtoppen aan de overzijde van het dal. Wat is het mooi, al die kleuren! Ik heb redelijk goed geslapen maar voel een beetje hoofdpijn, toch nog wat last van de hoogte denk ik zo. Vanaf 7.30 uur is er ontbijt en we kunnen zelf sandwiches smeren voor de lunch. Ik ontbijt met yoghurt en muesli, smeer een broodje voor onderweg en stop die bij de notenrepen in mijn rugzak.
Route over de graat
Om klokslag 9.00 uur gaan we op pad. Vandaag lopen we onder een stralende zon naar Hochwang. Katharina heeft ons de keuze uit twee routes gegeven: met of zonder een klim over een smalle graat. We kiezen de route met de graatwandeling. We verlaten het mooie Strassberg en lopen rustig omhoog tot de Blakter Furggli (2140m), waar we even pauze houden. Dan stappen we de smalle graat op, die ons gestaag stijgend naar de Mattjisch Joch (2450m) brengt. Voor dit stuk van de route moet je, net als voor de Felsentreppe Tritt op dag 1, geen hoogtevrees hebben!
Panorama: on top of the world
Op de brede Mattjisch Joch houden we pauze. Ik sta me met mijn broodje in de hand te vergapen aan het waanzinnige uitzicht op de bergen in het Rätikon en Montafon. In de verte zie ik zelfs de Silvretta gletsjer glinsteren in de zon. Hier voel ik met echt op de top van de wereld.
Vrijheid, blijheid
Na de pauze kiezen we aan de andere kant, de noordkant, het pad omlaag. Hier is de bergflank breder. De wandelroute gaat door hoogveen, dat hier en daar behoorlijk nat is. Van achter een hek worden we door lieve koeien bekeken als we langkomen. De afdaling is best lang maar we vinden onderweg volop onderwerpen om met elkaar te bespreken. De stemming is heel goed. Als we onze tweede pauze houden nemen twee reisgenoten een dip in een op de berg staande koeientrog met fris water erin. Hilariteit alom! Dan gaan we verder omlaag, nog zo’n 1,5 uur tot de Skihütte Hochwang (1956m), waar huttenwaard Marco en zijn vrouw ons opwachten.
Authentieke hutten-beleving
Tijdens onze wandeling vandaag was het heerlijk warm weer. De waterbak die bij de deur van de Skihütte staat wordt dan ook dankbaar gebruikt als badkuip, hoewel er gewoon een douche aanwezig blijkt te zijn in deze authentieke berghut. Als iedereen is opgedroogd kiezen we onze slaapplekken in de slaapzalen en zoeken elkaar op het terras op voor een drankje, praatje en rustige namiddag. De voorzitster van de Walser Vereniging komt ons vertellen over de migratie en het leven op hoogte van de Walser. Dit maakt dat ik me hier in de hut nog meer met de bijzondere geschiedenis van de lokale bevolking verbonden voel. Huttenwaard Marco schotelt ons zelfgemaakte Steinpilz ravioli voor, met een stuk Nusstorte toe. Normaal ben ik niet zo’n grote eter, maar na deze lange wandeldag gaat het er soepel in en alles smaakt heerlijk. Om 21.30 uur zoek ik m’n bedje in de slaapzaal op en ben al snel in diepe slaap.
Dag 3: Strassberg - Hochwang
Dag 4 – Afdalen met een ander perspectief
- Route: Hochwang – Peist
- Duur: 1:45 uur
- Afstand: 6,6 km
- 6 m klimmen, 720 m afdalen
Om 6.30 uur word ik wakker en voel me uitgerust, fris en ontspannen. Ik heb heerlijk geslapen. De zon is op, een deel van de groep is een zonsopgangswandeling gaan maken. Om 7.30 uur is iedereen terug en schuiven we aan voor het ontbijt met versgebakken brood, huisgemaakte jam en meer lekkers. Ik krijg van huttenwaard Marco een lunchpakket mee en dan stappen Katharina en ik klokslag 8.15 uur de hut uit om het laatste stuk van de wandeling te doen.
Laatste uitzichten
Vanaf Skihütte Hochwang dalen we een klein uurtje door het bos en door weides af naar het lieflijke dorpje Peist (1342m). Katharina woont hier en vertelt me over de historie van het dorp, dat eveneens een Walser dorp is, maar door een aardverschuiving deels verwoest is geweest. Dan brengt ze me naar het station, vanwaar de trein me terug naar Chur zal brengen. Ik ga op het bankje in de zon zitten en starend in de verte denk ik terug aan de afgelopen dagen, aan de tocht.
Wat blijft hangen na vier dagen?
Ik denk aan de berghutten waar we zo gastvrij zijn onthaald. De gids die de route zo fraai had gekozen. De mensen die over hun Walser-afkomst hebben verteld. Het steeds wisselende landschap en de waanzinnige panorama’s. En de ontzettend fijne groep reisgenoten met wie ik onderweg was: van iedereen heb ik wel iets nieuws geleerd. Wat een beleving, wat een ervaring!
Dag 4: Hochwang - Peist
Wat deze huttentocht onderscheidt van andere: de combinatie van landschap + verhaal
Het Schanfigg is een regio met een bijzondere historie en cultuur, die door de huidige bewoners met trots in leven wordt gehouden. Van het eten onderweg en de prachtige authentieke huizen tot de verhalen die werden verteld, alles maakte dat de geschiedenis voelbaar werd en je je ervan bewust wordt hier op historische paden te lopen, in de voetstappen van de Walser. Dat geeft een wandeling op de Schanfigger Höhenweg duidelijk een extra dimensie.
Waarom Graubünden hiervoor zo geschikt is
Allereerst biedt Graubünden een prachtig berglandschap, waar je ook op flinke hoogte prima en gevarieerd kunt wandelen. Het kanton is goed bereikbaar en beschikt over een uitgebreid trein- en busnetwerk, waarmee je probleemloos naar de startpunten van wandelingen kunt komen. De hoger gelegen Walser dorpen zijn heel mooi en bieden je, naast een inkijkje in de historie, gelegenheid om authentieke gerechten te proeven en te overnachten. En nog een stukje hoger, op de passen, heb je waanzinnig uitzicht op gletsjers, drieduizenders en meer. Kortom: alles wat de bergen zo geweldig maakt vind je in Graubünden!
FAQ
Deze reis is mogelijk gemaakt door Zwitserland Toerisme, Graubünden Tourismus en Arosa Tourismus.