Zuid-Tirol is een van de meest veelzijdige wandelregio's van de Alpen, met routes over alpenweiden, langs steile Dolomietenwanden en naar toppen boven de 2500 meter. Wie de mooiste wandelingen in Zuid-Tirol zoekt, komt al snel uit bij bekende namen als Seceda, de Geislergroep, Seiser Alm en Drei Zinnen. Toch verschillen die wandelingen flink in lengte en moeilijkheid. Daarom hebben we vijf routes geselecteerd die niet alleen mooi zijn, maar samen ook goed laten zien hoe afwisselend wandelen in Zuid-Tirol kan zijn.
In het kort
- Deze vijf routes laten heel verschillende kanten van Zuid-Tirol en de Dolomieten zien.
- Van de toegankelijke Adolf Munkelweg tot de stevige klim naar de Dürrenstein.
- Bij populaire startpunten zoals Drei Zinnen en Seiser Alm is vooraf plannen belangrijk.
Welke van deze wandelingen in Zuid-Tirol past bij jou?
Wil je vooral genieten van het landschap zonder een zware bergtocht te maken, dan is de Adolf Munkelweg de beste keuze. Voor de karakteristieke scherpe rotskam van de Dolomieten kies je Seceda, terwijl de Drei Zinnen de bekendste klassieker uit deze lijst zijn.
De tocht over de Seiser Alm naar de Schlern is langer en combineert uitgestrekte almen met een echte bergbeklimming. De Dürrenstein vanaf Plätzwiese is de zwaarste wandeling van deze vijf en vooral geschikt voor ervaren bergwandelaars.
1. Adolf Munkelweg: onder de Geislerspitzen door
De Adolf Munkelweg in het Villnösstal hoort wat ons betreft zonder twijfel in dit overzicht thuis. Het wandelpad loopt aan de voet van de noordwand van de Geislergroep in natuurpark Puez-Geisler. Deze route staat te boek als een van de spectaculairste wandelpaden van de Dolomieten.
Een fijne variant begint bij parkeerplaats Zans op ongeveer 1680 meter hoogte. Via bos en alpenweiden wandel je richting de Geisleralm en Gschnagenhardtalm. Grote delen van de route kijk je rechtstreeks tegen de grillige kalkwanden van de Geislerspitzen aan.
Voor de rondwandeling via de Geisleralm en Dusleralm kun je rekenen op ongeveer 9 kilometer, bijna 3 uur wandelen en ruim 430 hoogtemeters. Daarmee is dit een echte bergwandeling, maar zonder technisch moeilijke passages.
Route in het kort
- Afstand: circa 9 km
- Wandeltijd: ongeveer 3 uur
- Hoogtemeters: circa 430 meter
- Hoogste punt: ruim 2000 meter
- Startpunt: Zans in het Villnösstal
- Niveau: makkelijk tot middelzwaar
Voor wie is de Adolf Munkelweg geschikt?
De route is geschikt voor wandelaars die veel Dolomietenlandschap willen zien zonder een zware topbeklimming te maken. Ook gezinnen met kinderen die gewend zijn aan bergwandelingen kunnen deze ronde lopen. Goede wandelschoenen blijven nodig.
In het hoogseizoen kan het bij Zans druk worden. Voor de parkeerplaats wordt daarom aangeraden vooraf een plek te reserveren. Je kunt het startpunt ook met bus 330 bereiken.
2. Seceda: wandelen langs een van de bekendste bergkammen
De scherpe bergkam van Seceda is een van de herkenbaarste landschappen van Val Gardena. Vanaf de grashellingen loopt het terrein abrupt af, met daarachter de toppen van de Geislergroep. Het uitzichtpunt bij de Seceda ligt op ruim 2500 meter.
Je kunt hier heel eenvoudig met de kabelbaan omhoog en een korte wandeling over de Ridge Line maken, maar wie Seceda echt als dagwandeling wil beleven kan beter vanuit het dal vertrekken.
Een mooie en stevige variant begint bij Daunëi boven Selva di Val Gardena. De route loopt via de Juac-hut en Regensburger Hütte richting Seceda. De officiële route is 14,7 kilometer lang en telt ongeveer 870 hoogtemeters. Reken op bijna vijf uur wandelen.
Route in het kort
- Afstand: 14,7 km
- Wandeltijd: circa 4 uur en 45 minuten
- Hoogtemeters: ongeveer 870 meter
- Hoogste punt: circa 2470 meter
- Startpunt: Daunëi boven Selva di Val Gardena
- Niveau: zwaar
Wie minder hoogtemeters wil maken, kan ook vanuit S. Cristina richting Seceda wandelen en een kabelbaan gebruiken voor een deel van de route. De eigenlijke Seceda Ridge Line is maar ongeveer één kilometer lang.
Wanneer kun je Seceda het beste wandelen?
Voor een lange wandeling naar Seceda zijn zomer en vroege herfst de meest logische periodes. Begin zomer kunnen hoger gelegen delen nog met sneeuw bedekt zijn.
Seceda is bovendien populair. Wie in juli of augustus rustiger wil wandelen, doet er goed aan vroeg te vertrekken en niet alleen het korte traject direct rond het bergstation te lopen. Op de langere routes richting Juac, Regensburger Hütte en Col Raiser verspreiden wandelaars zich beter.
Lees ook: Naar de Seceda in de Dolomieten? Vanaf deze zomer moet je reserveren
3. Rond de Drei Zinnen: de grote Dolomietenklassieker
De rondwandeling rond de Drei Zinnen, of Tre Cime di Lavaredo, is waarschijnlijk de bekendste wandeling uit dit overzicht. De drie steile rotstorens behoren tot de symbolen van de Dolomieten en de klassieke ronde laat het massief van vrijwel alle kanten zien.
Vanaf de Auronzohütte loopt route 101 eerst richting Rifugio Lavaredo en vervolgens omhoog naar de Paternsattel. Vanaf daar kijk je tegen de beroemde noordwanden van de Drei Zinnen aan. Verderop kun je richting de Dreizinnenhütte lopen voordat route 105 je via de westzijde terugbrengt naar het startpunt.
De complete rondwandeling is 8,8 kilometer lang en telt ongeveer 550 hoogtemeters. Volgens de officiële routebeschrijving moet je rekenen op circa vier uur wandeltijd. Het hoogste punt ligt rond 2450 meter.
Route in het kort
- Afstand: 8,8 km
- Wandeltijd: ongeveer 4 uur
- Hoogtemeters: 550 meter
- Hoogste punt: circa 2450 meter
- Startpunt: Rifugio Auronzo
- Niveau: technisch relatief eenvoudig
Lees ook: Wandelen Drei Zinnen: rondwandeling vanaf de Rifugio Auronzo
Liggen de Drei Zinnen eigenlijk in Zuid-Tirol?
Hier is enige geografische nuance nodig. De Drei Zinnen liggen precies bij de grens tussen Zuid-Tirol en de provincie Belluno in Veneto. De noordzijde hoort bij de Zuid-Tiroolse Dolomietenregio 3 Zinnen, maar het klassieke startpunt bij Rifugio Auronzo ligt aan de zuidzijde in Veneto.
Voor een overzicht van de mooiste wandelingen vanuit Zuid-Tirol vinden we de route toch terecht in deze lijst: het massief is een van de belangrijkste landschappen van de Dolomietenregio rond Toblach, Innichen en Sexten.
Lees ook: Naar de Drei Zinnen? Zonder reservering kom je (mogelijk) niet boven
4. Seiser Alm – Schlern: van alpenweiden naar een Dolomietentop
De Seiser Alm is landschappelijk totaal anders dan de drie voorgaande wandelgebieden. De grootste alpenweide van Europa beslaat ongeveer 56 km² en ligt als een uitgestrekt groen plateau onder de rotswanden van onder meer Schlern, Langkofel en Plattkofel.
Een van de mooiste manieren om het gebied te beleven is de oversteek van Compatsch naar de Schlern en vervolgens omlaag richting Weißlahnbad. De route begint op de Seiser Alm en voert via de Saltner Hütte omhoog naar het Schlernplateau en het Schlernhaus op 2457 meter.
Daarna volgt de afdaling via het Thomastal en de Tschafatschsattel. Het laatste deel door de Bärenfalle daalt stevig af richting Weißlahnbad.
De route is ongeveer 15 kilometer lang. Je stijgt circa 800 meter en daalt ongeveer 1400 meter. De officiële routebeschrijving rekent op ongeveer 6,5 uur. Tredzekerheid en een goede basisconditie zijn nodig.
Route in het kort
- Afstand: circa 15 km
- Wandeltijd: ongeveer 6,5 uur
- Stijgen: circa 800 meter
- Dalen: circa 1400 meter
- Startpunt: Compatsch
- Eindpunt: Weißlahnbad
- Niveau: middelzwaar tot zwaar
Het sterke van deze wandeling zit in de afwisseling. Je begint tussen de brede grashellingen van de Seiser Alm, klimt vervolgens naar een hoog Dolomietenplateau en sluit af met een lange afdaling.
5. Plätzwiese – Dürrenstein: de zwaarste wandeling uit de lijst
De Plätzwiese ligt op ongeveer 2000 meter hoogte in natuurpark Fanes-Sennes-Prags. Vanaf het plateau kijk je onder andere richting de Hohe Gaisl, Tofane en de Dürrenstein. Voor wie niet alleen over het plateau wil wandelen, vormt de beklimming van die laatste een stevige dagtocht.
Vanaf Plätzwiese klim je via route 40 steeds hoger richting de zuidwestflank van de Dürrenstein. Het laatste deel wordt rotsachtiger en steiler. Vlak onder de top ligt bovendien een korte passage die met een staalkabel is beveiligd.
De route naar de top is 4,5 kilometer lang en telt 869 hoogtemeters. De top ligt op 2833 meter. De heenroute staat geregistreerd met een wandeltijd van ongeveer 2 uur en 45 minuten. Omdat je via dezelfde kant weer terug moet, kom je voor de complete tocht uit op ongeveer 9 kilometer.
Route in het kort
- Afstand: circa 9 km heen en terug
- Hoogtemeters: circa 870 meter stijgen en dalen
- Hoogste punt: 2833 meter
- Startpunt: Plätzwiese
- Niveau: zwaar
- Vereist: goede conditie, tredzekerheid en geen hoogtevrees
Dit is duidelijk de meest alpiene wandeling uit deze top vijf. Trittsicherheit is een vereiste en de tocht is minder geschikt voor jonge kinderen.
Wat is nu echt de mooiste wandeling in Zuid-Tirol?
Dat hangt vooral af van wat je onder een mooie wandeling verstaat. Voor de typische steile Dolomietenwanden zouden we kiezen voor de Adolf Munkelweg of Seceda. De Drei Zinnen zijn de bekendste keuze en bieden tijdens één relatief compacte rondwandeling veel verschillende perspectieven op het massief.
Wie liever brede alpenweiden combineert met een langere bergtocht, zit goed op de Seiser Alm en Schlern. Voor ervaren wandelaars die graag daadwerkelijk een top bereiken, is de Dürrenstein de meest uitdagende route uit dit overzicht.
Wanneer is de beste periode om te wandelen in Zuid-Tirol?
Voor de hooggelegen wandelingen uit dit artikel is grofweg juni tot oktober de belangrijkste wandelperiode. Dat betekent niet dat alle routes vanaf begin juni automatisch sneeuwvrij zijn. Op Seceda, Schlern en Dürrenstein kan vroeg in het seizoen nog sneeuw liggen.
Juli en augustus bieden meestal de grootste kans op sneeuwvrije paden, maar zijn tegelijkertijd de drukste maanden. September is vaak aantrekkelijk voor wie rustiger wil wandelen, al worden de dagen dan korter en kunnen weersomstandigheden op hoogte sneller veranderen.
Controleer voor vertrek altijd het lokale bergweer, de actuele toestand van de wandelpaden en de openingstijden van hutten en kabelbanen.
Veelgestelde vragen over de mooiste wandelingen in Zuid-Tirol