De Tour de France finisht vrijdag 24 en zaterdag 25 juli twee dagen achter elkaar op Alpe d’Huez. Dat is nooit eerder gebeurd. De eerste aankomst verloopt via de wereldberoemde weg met 21 haarspeldbochten, terwijl het peloton een dag later vanuit een totaal andere richting naar het bergdorp rijdt: via de afgelegen Col de Sarenne. De dubbele finish is niet alleen bijzonder voor wielerliefhebbers. De twee etappes laten ook twee heel verschillende kanten van dit deel van de Franse Alpen zien.
In het kort
- Op vrijdag 24 juli eindigt de etappe vanuit Gap op Alpe d’Huez.
- De slotklim telt 13,7 kilometer en stijgt gemiddeld 8,1 procent.
- Op zaterdag 25 juli volgt opnieuw een aankomst in het bergdorp.
- Die etappe telt 170,9 kilometer en maar liefst 5450 hoogtemeters.
- De renners bereiken Alpe d’Huez de tweede dag via de Col de Sarenne.
- Het is de eerste keer dat twee opeenvolgende Touretappes hier finishen.
Twee dagen Alpe d’Huez, maar geen twee keer dezelfde klim
De eerste aankomst volgt het klassieke scenario. De negentiende etappe begint in Gap en voert over 127,9 kilometer door de Franse Alpen. Onderweg beklimmen de renners onder meer de Col Bayard, Col du Noyer en Col d’Ornon. Na de afdaling naar de vallei van de Oisans begint in Le Bourg-d’Oisans de beroemde slotklim naar Alpe d’Huez.
In 13,7 kilometer moeten de renners ruim 1100 hoogtemeters overwinnen. Het gemiddelde stijgingspercentage bedraagt 8,1 procent. Vooral de eerste kilometers zijn zwaar: vrijwel direct na het verlaten van Le Bourg-d’Oisans loopt de weg steil tegen de bergwand omhoog. Pas bij La Garde-en-Oisans krijgen de renners heel even wat meer ruimte om te herstellen.
Alpe d'Huez in beeld
Finish op de Alpe d'huez via de Col de Sarenne
Een dag later begint de etappe opnieuw in de vallei, maar dan volgt geen directe beklimming van de 21 bochten. De renners maken eerst een enorme lus door het hooggebergte. Op het programma staan onder meer de Col de la Croix de Fer, Col du Télégraphe en Col du Galibier. Via La Grave, het Lac du Chambon en de Col de Sarenne keren ze vervolgens terug naar Alpe d’Huez. De etappe telt 170,9 kilometer en 5450 hoogtemeters.
Juist die route maakt de tweede finish uitzonderlijk. De weg over de Col de Sarenne werd eerder wel gebruikt als afdaling, maar nog niet als toegangsroute voor een Tourfinish op Alpe d’Huez. Waar de klassieke beklimming langs dorpen, huizen en duizenden supporters voert, ligt de Sarenne in een veel opener en stiller berglandschap.
Waarom de 21 bochten zo beroemd zijn
De klassieke beklimming begint op ongeveer 717 meter hoogte in Le Bourg-d’Oisans en eindigt rond 1860 meter. De volledige fietsroute is ruim veertien kilometer lang, telt 1143 hoogtemeters en heeft een gemiddelde stijging van 7,9 procent. Op de steilste stukken loopt het percentage op tot ongeveer veertien procent.
De 21 genummerde haarspeldbochten vormen een aftelling naar de top. Op de borden in de bochten staan namen van renners die een Touretappe op Alpe d’Huez hebben gewonnen. De bochten zelf bieden soms enkele meters verlichting, maar de rechte stukken ertussen zijn steil en liggen voor een groot deel vol in de zon.
De Tour kwam hier in 1952 voor het eerst aan. De Italiaan Fausto Coppi won die etappe en gaf de klim in één klap internationale bekendheid. Toch duurde het tot 1976 voordat de Tour terugkeerde. Daarna werd Alpe d’Huez een vaste waarde tijdens belangrijke bergetappes.
Ook buiten de Tour blijft de weg populair. Tijdens de zomer proberen dagelijks honderden recreatieve fietsers de klim te bedwingen. Sommigen rijden voor een snelle tijd, anderen stoppen bij iedere bocht en genieten onderweg van het steeds ruimere uitzicht over de vallei van de Oisans.
Waarom Alpe d’Huez de Nederlandse berg heet
Voor Nederlandse wielerfans heeft Alpe d’Huez een bijzondere betekenis. In de jaren zeventig en tachtig wonnen Nederlandse renners er opvallend vaak. Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Peter Winnen en Steven Rooks behoren tot de Nederlanders die als eerste bovenkwamen.
De vele Nederlandse successen trokken steeds grotere groepen supporters naar de berg. Vooral bocht 7 groeide uit tot een oranje bolwerk. Rond de passage van de Tour verandert deze haarspeldbocht nog altijd in een zee van vlaggen, shirts en Nederlandse wielerfans. De plek staat inmiddels internationaal bekend als Dutch Corner.
De band werd later verder versterkt door Alpe d’HuZes. Tijdens dit jaarlijkse evenement beklimmen deelnemers de berg wandelend, hardlopend of fietsend, soms tot zes keer op één dag, om geld op te halen voor kankeronderzoek. Daardoor is de klim ook bekend bij Nederlanders die weinig met de Tour de France hebben.
De stille kant van Alpe d’Huez
De tweede Touretappe laat een kant van Alpe d’Huez zien die veel minder bekend is. Vanaf het bergdorp loopt een smalle weg naar de Col de Sarenne, een pas op bijna 2000 meter hoogte. Langs de route liggen bergweiden, rotshellingen en de archeologische vindplaats Brandes, waar in de middeleeuwen zilver werd gewonnen.
Vanaf de pas kijk je uit op het Plateau d’Emparis, La Meije en de omliggende gletsjers. De drukte en bebouwing rond de klassieke Tourfinish lijken hier ineens ver weg. Vanuit Alpe d’Huez is de Col de Sarenne ook te voet bereikbaar via een wandeling van ongeveer zeven kilometer.
Deze route maakt duidelijk dat Alpe d’Huez meer is dan een wintersportplaats en wielerfinish. Het bergdorp ligt op een zonnig plateau in het Grandes Roussesmassief, met het Écrinsmassief aan de overkant van de vallei. De directe omgeving bestaat uit een afwisseling van groene berghellingen, hooggelegen meren en ruig terrein boven de boomgrens.
Alpe d’Huez bezoeken zonder racefiets
Wie in de zomer naar Alpe d’Huez gaat, hoeft de 21 bochten niet zelf omhoog te fietsen. Rond het dorp starten uiteenlopende wandelingen. Een toegankelijke route voert langs Lac Besson, Lac Noir, Lac Faucille en Lac Carrelet. Met de berglift is het beginpunt op ongeveer 2100 meter bereikbaar.
Hoger in het gebied liggen wandelroutes rond Lac Blanc en aan de voet van de 3330 meter hoge Pic Blanc. Het landschap wordt daar steeds kaler en mineraler. Op heldere dagen reikt het uitzicht ver over de Oisans en de omliggende Alpen.
Ook Le Bourg-d’Oisans is een goede uitvalsbasis. Het plaatsje ligt in de brede Romanchevallei, direct aan de voet van de beroemde klim. Vanuit het dal zijn behalve Alpe d’Huez ook berggebieden als Les Deux Alpes, La Grave en het Parc national des Écrins bereikbaar.
De Tour de France laat deze dagen dus meer zien dan een beroemde wielerweg. De eerste etappe draait om de steile haarspeldbochten, het publiek en de geschiedenis van de ‘Nederlandse berg’. Een dag later verschuift het decor naar hoge passen, gletsjers en de stille landschappen rond de Col de Sarenne. Precies dat contrast maakt de dubbele aankomst op Alpe d’Huez zo bijzonder.