Wellicht heb je al meegekregen dat we voor onze webserie ‘In de bergen op zoek naar…’ dit jaar door SalzburgerLand reizen, op zoek naar de mooiste plekjes van de deelstaat. Onze derde bestemming is Grossarltal, een regio die voor ons nog helemaal nieuw is. En vanaf het moment dat we dit prachtige groene dal inrijden, zijn we onder de indruk. Dit worden mooie dagen in het dal van de almen!
Over Grossarltal
Grossarltal ligt in SalzburgerLand en bestaat uit de kleine knusse dorpjes Grossarl en Hüttschlag. Het dal staat bekend als het ‘dal van de 40 almen’, waarvan er 20 overnachtingsmogelijkheden bieden. Aan het einde van het dal begint het Nationaalpark Hohe Tauern, met onder andere de Kreealm Wasserfall en de Ötzlsee. De regio is vooral populair bij wandelaars, mountainbikers en liefhebbers van almenroutes. Opvallend zijn de hoge groene grasbergen in het dal en het ruige Talschluss. Je vindt er eenvoudige dalwandelingen, langere bergtochten en genoeg plekken waar je onderweg kunt pauzeren bij een almhut. En laten we eerlijk zijn: dat laatste helpt altijd mee.
Zo reis je naar Grossarltal
Grossarltal ligt in SalzburgerLand, op ongeveer een uur rijden ten zuiden van de stad Salzburg. Vanuit Nederland is het dal goed bereikbaar met de auto. Vanaf Utrecht rijd je in ongeveer 10 uur naar Grossarltal, een afstand van zo'n 975 kilometer. Het laatste deel van de route voert door het dal zelf, waarbij de bergen steeds dichterbij komen en het uitzicht met iedere kilometer mooier wordt. Reis je liever met de trein? Dan kun je uitstappen in St. Johann im Pongau, waarna je met de bus of taxi verder reist naar Grossarl of Hüttschlag. Ook vliegen op Salzburg behoort tot de mogelijkheden. Vanaf de luchthaven ben je in ongeveer een uur in het dal van de almen.
Hier voel je je echt welkom
Deze dagen logeren we in Hotel Alte Post, midden in het dorpje Grossarl, dat zo’n 3800 inwoners telt. Een hotel met een lange geschiedenis, maar tegelijkertijd met een moderne touch. Het eten is uitstekend, de sfeer ontspannen en vooral de gastvrijheid valt op.
Eigenaar Toni verwelkomt iedere avond persoonlijk zijn gasten. Daarvoor komt hij speciaal even zijn keuken uit om langs de tafels te lopen. Heel eerlijk: dit soort rondjes van de kok of gastheer voelen in hotels soms een beetje als een verplicht nummer. Bij Toni is dat totaal anders. Hij maakt een praatje, stelt vragen en is oprecht geïnteresseerd in de mensen die bij hem verblijven. Je merkt aan alles dat hij wil dat zijn gasten een fijne vakantie hebben. Het zijn precies dit soort kleine dingen die blijven hangen. Gastvrijheid is in Oostenrijk vaak vanzelfsprekend, maar hier geven ze er toch nog net een extra dimensie aan.
Daar waar de weg eindigd…
We rijden naar het einde van het dal, het Talschlüss, voorbij het kleine dorp Hüttschlag. Daar waar de weg eindigt, begint het grootste natuurpark van Oostenrijk en midden-Europa: Nationaalpark Hohe Tauern. Je kunt hier trouwens ook gemakkelijk met de bus komen. Zodra je de auto uitstapt heb je direct een waanzinnig uitzicht op de stoere toppen van het natuurpark, ook zien we direct diverse watervallen. De Kreealm Wasserfall zien we niet direct, maar deze ligt wel heel dichtbij. In minder dan een kwartiertje sta je aan de voet van een enorme watermassa!
Kreealm Wasserfall: wauw!
Het is maar een bescheiden klimmetje naar de Kreealm Wasserfall, maar eenmaal boven sta je oog in oog met een flinke watermassa die zich over zo’n 100 meter langs de rotsen naar beneden stort. De kracht van het water is enorm, zeker als je dichterbij komt. Wat het misschien nog indrukwekkender maakt: we zijn hier helemaal alleen. Het is half mei, 24 graden en prachtig weer, maar er is niemand. Geen selfiesticks, geen rijtje voor het beste fotoplekje, gewoon wij en die waterval. Heerlijk.
Wil je ook rust bij een waterval, dan helpt het vaak om vroeg in de ochtend of juist later op de dag te gaan. Zelf kan ik altijd lang bij zo’n plek blijven staan. Gewoon kijken hoe het water zijn weg naar beneden vindt, steeds weer in een ander terugkerend ritme.
Relaxed wandelen naar de Ötzlsee
We laten de Kreealm Wasserfall achter ons en wandelen verder het dal in richting de Ötzlsee. Het pad is breed, overzichtelijk en kent nauwelijks hoogteverschil. Ideaal dus voor minder geoefende wandelaars, gezinnen met kinderen en zelfs kinderwagens. Onderweg komen we ook meerdere fietsers tegen die van hetzelfde gemak profiteren.
Het fijne van zo’n eenvoudige wandeling is dat je alle tijd hebt om om je heen te kijken. En dat loont hier absoluut. Links en rechts stromen beekjes naar beneden en vanaf de bergwanden zien we meerdere watervallen verschijnen. Mike noemt het op een gegeven moment zelfs gekscherend het ‘dal van de watervallen’. En eerlijk? Daar valt best iets voor te zeggen.
Pootje baden in het frisse water
Na ongeveer 40 minuten wandelen bereiken we de Ötzlsee, een idyllisch bergmeertje midden in de natuur. Het water stroomt via een beekje verder het dal in en ziet er verleidelijk fris uit. Mike besluit dat te testen en waagt zich aan een pootje baden. Dat avontuur duurt ongeveer net zo lang als het kost om "oei, koud!" te zeggen.
Ik houd het ondertussen lekker bij kijken. Ook prima. Met de bergen op de achtergrond, het heldere water voor ons en de rust om ons heen is dat bepaald geen straf. Met weer warme voeten — althans, uiteindelijk — wandelen we terug richting de parkeerplaats. Want er staat vandaag nog iets op het programma: misschien wel het mooiste plekje van het hele dal.
Wandelen bij het Talschlüss Hüttschlag - Nationaalpark Hohe Tauern
Op naar de Aigenalm!
Met zo’n 40 almen in één dal valt kiezen natuurlijk niet mee. Gelukkig heeft een local ons ingefluisterd dat we naar de Aigenalm moeten. Daar liggen twee hutten én, zo wordt ons beloofd, een ongelofelijk mooi landschap. We parkeren de auto in het dal en klimmen in ongeveer een uur zo’n 380 hoogtemeters en 3 kilometer omhoog naar het hoogdal waar de almen liggen.
En er is niets te veel gezegd: het is hier echt prachtig. Midden op de alm staat een romantisch houten kapelletje, waar we natuurlijk even een kijkje nemen voordat we doorlopen richting de Aigenalm-Mandlhütte.
Wandelen voor elk niveau
Ook deze wandeling is goed te doen. Om op de alm te komen kun je kiezen uit een makkelijk pad (blauw) of een iets steilere, technischere variant (rood). Eenmaal boven leidt een brede grindweg je dieper het dal in. Aan het einde starten ook verschillende tochten richting bergtoppen, maar die laten wij vandaag even voor wat ze zijn.
Wij hebben namelijk een ander doel: de Aigenalm-Paulhütte. Daar mogen we een kijkje nemen in de keuken, en dat klinkt mij eerlijk gezegd minstens zo interessant in de oren.
Kaiserschmarrn met liefde
De Aigenalm-Paulhütte kan zo uit een boekje komen. Een prachtige houten alm, medewerkers in Lederhose en Dirndl en een keuken die precies voelt zoals je hoopt dat een almkeuken voelt: warm, sfeervol en authentiek.
Onze Kaiserschmarrn worden met liefde en geduld bereid op een houtgestookt fornuis. Elke keuken heeft zo zijn eigen recept voor deze Oostenrijkse klassieker, maar deze versie verdient wat mij betreft een ster. Of twee. Ik heb helaas ook gezien hoeveel boter erin gaat, maar dat mag de pret niet drukken. We hebben er tenslotte voor gewandeld.
Wandelen naar de Aigenalm-Paulhütte
Terugkomen voor de andere almen
Het was voor ons de eerste, maar zeker niet de laatste keer in Grossarltal. We hebben immers nog maar twee van de 40 almen gezien en nog maar zo’n klein stukje van het Nationaalpark Hohe Tauern. Bovendien spreekt me de rust en de kleine dorpjes hier echt aan. Geen massatoerisme, maar heel veel moois en Gemutlichkeit!
Veelgestelde vragen over Grossarltal
Dit artikel is geschreven in samenwerking met SalzburgerLand Tourismus